Eén naam is in de lijst van schenkers aan het restauratiefonds met opzet in het zesde nummer van de tweede jaargang niet genoemd, met opzet, want hij dient aparte vermelding in de reeks van grote schenkers, die daarvoor van het schilderkundig genootschap Pulchri Studio de zilveren jubileumpenning ontvingen en dat is de naam van Harold Hartog, momenteel woonachtig te Hamburg, mede door zijn grote gift kwam Pulchri een stuk dichter bij de ton, de particuliere inzet die het genootschap tenminste zelf wilde opbouwen voor het restauratiefonds. Ook Hartog de tweede droeg en draagt Pulchri een warm hart toe.

Het begon al met zijn vader Jacob Hartog, die al vóór de tweede wereldoorlog jonge kunstenaars financieel steunde en hen met Kerstmis op een culinaire wijze wist te verrassen. In die tijd was hij een trouw sooslid en een groot vriend van Mac Roest, Wibbo Hartman en Sierk Schröder. Zijn verdiensten voor het genootschap en zijn leden, ook in de tijd dat Jacob Hartog later in New York verbleef, werden op passende wijze door Pulchri gehonoreerd. We lazen er het jaarverslag 1951 op na. "Op voorstel van het bestuur werd de heer Jacob Hartog te New York benoemd tot erelid van het genootschap. Jacob Hartog, die voor de oorlog vele jaren sociëteitslid van Pulchri Studio was, heeft gedurende die tijd en ook na zijn vertrek naar Amerika zo vele bewijzen van zijn vriendschap voor het genootschap en zijn belangstelling voor de sociale positie van de beeldende kunstenaar in het algemeen gegeven, dat het bestuur het ogenblik gekomen achtte om hem door zijn benoeming tot erelid onze bijzondere erkentelijkheid te betuigen."

Dit erelidmaatschap betekende voor Jacob Hartog geen afsluiting van zijn maecenaat tegenover Pulchri. Integendeel, geïnspireerd door zijn vroegere vrienden, stelde hij aan Pulchri een bedrag ter beschikking, waaruit vanaf 1952 tot op de dag van vandaag jaarlijks de bekende Jacob Hartogprijzen worden toegekend. In het genootschappelijk jaarverslag van 1952 lezen we daarover:

"Door ons erelid J. Hartog werd met ingang van het jaar 1952 een jaarlijkse prijs ingesteld, die door ons, naar de gever, de "Jacob Hartogprijs" werd genoemd. De Jacob Hartogprijs bestaat uit een eerste prijs van ƒ 500,-- en een tweede prijs van ƒ 250,-- welke elk jaar op de Voorjaarstentoonstelling zullen worden uitgereikt, één en ander naar het oordeel van een jaarlijks te vormen jury. Deze jury zal bestaan uit een voorzitter (werkend lid van Pulchri Studio), twee niet in Den Haag wonende kunstenaars en twee Haagse burgers. Na de werkzaamheden van de eerste jury- waarbij Wibbo Hartman als voorzitter optrad- zal telkenjare de prijswinnaar van het vorig jaar als voorzitter fungeren. Oorspronkelijk zou de Jacob Hartogprijs gedurende het leven van de heer Hartog worden toegekend en bovendien nog 5 jaren na diens overlijden. Door een vorstelijke gift van de heer Hartog ter gelegenheid van zijn gouden bruiloft is het echter mogelijk geworden, dat ook nog na dit tijdstip deze prijs kan worden voortgezet."

In hetzelfde jaarverslag lezen we dat in 1952 voor de eerste maal de eerste prijs werd uitgereikt aan Sierk Schröder voor een portret van Cornelis Veth en de tweede prijs aan Jan van Heel voor zijn schilderij "Stilleven met haan". De jury bestond uit: Wibbo Hartman, David Schulman, Jan Wiegers, Mac Roest en P. Oudshoorn.

Wat opvalt zijn twee dingen, in de eerste plaats wordt de jury tegenwoordig op een andere wijze samengesteld dan in het jaarverslag 1952 is vermeld. Wanneer daartoe ooit is besloten, hebben we niet na kunnen gaan. Het zou toch wel leuk zijn , indien Haagse burgers weer eens een stem in het kapittel kregen. In de tweede plaats is niet alleen het aantal prijzen uitgebreid, maar zijn ook de geldbedragen toegenomen. Dat deze prijzen na het overlijden van Jacob Hartog op 4 december 1962 nog elk jaar kunnen worden uitgereikt is de grote verdienste van zijn zoon Harold Hartog, die als milde gever van Pulchri in de voetsporen is getreden van zijn onvergetelijke vader, wiens nagedachtenis door Pulchri werd geëerd met een door Dirk Bus vervaardigde bronzen plaquette in de lange gang van het genootschapsgebouw, en getrouw aan de traditie der Hartogen was Harold Hartog een der eersten die een stevig fundament legde voor het restauratiefonds.

Dit zij met grote erkentelijkheid apart vermeld. 

Anton Boersma †
Pulchriblad 1, 1975

----

THE HARTOGS OF THE PAINTERS SOCIETY PULCHRI

One name is in the list of donors to the restoration fund is deliberately not mentioned in the sixth issue of the second volume. On purpose, because he deserves a separate attention in the series of major donors, who recieved before the painter society Pulchri Studio silver jubilee medal and that is Harold Hartog, currently living in Hamburg. Thanks to his great gift Pulchri came a lot closer to the 100.000, the private contribution that the Society itself at least wanted to build for the restoration fund. Also Hartog the second contributed to Pulchri a warm heart.

It started with his father Jacob Hartog, who financially supported young artists before the Second World War and with Christmas knew how to surprise them culinary. At that time he was a loyal member of the society and a great friend of Mac Roest, Wibbo Hartman and Sierk Schröder. His work for the Society and its members, even in the time that Jacob Hartog later lived in New York, were honored by Pulchri appropriately. We read in the Annual Report 1951: “At the proposal of the Board, Mr. Jacob Hartog in New York was appointed an honorary member of the Society. Jacob Hartog, who was many years before the war member of society Pulchri Studio, had during that time and even after his departure to America so many proofs of his friendship for the society and his interest for the social position of the visual artist in general, that the board considered the time came to show our special gratitude and nominate him an honorary member of Pulchri.

This honorary membership did not mean for Jacob Hartog the end of his maecenaat for Pulchri. On the contrary, inspired by his former friends, he contributed to Pulchri, an amount, for which from 1952 onwards to this day for the famous annual Jacob Hartog Awards In the report of 1952 we read about: “starting from 1952, the annual award was given the by us the name of to the giver, the “Jacob Hartog Award”. The Jacob Hartog Prize consists of an first price of NLG 500, – and a second prize of NLG 250, – which each year will be awarded at the Spring Exhibition, selected by a jury to be formed annually. The jury will consist of a chairman (acting member of Pulchri Studio), two artists not residing in The Hague and two civilians. Following the work of the first jury which Wibbo Hartman acted as chairman, will serve each year the winner of last year as chairman. Originally Jacob Hartog price would be granted during the life of Mr. Hartog and additionally five years after his death. By a great gift of Mr. Hartog on the occasion of his golden wedding, however, it became possible that even after this date, this price can be continued. “In the same report of 1952 we read that for the first time, the first prize was awarded to Sierk Schröder for a portrait of Cornelis Veth and the second prize to Jan van Heel for his painting “Quiet image with a cock” in 1952. The jury consisted of: Wibbo Hartman, David Schulman, Jan Wiegers, Mac Roest and P. Oudshoorn.

What stands out are two things, firstly, the jury is composed in a different way today than stated in the 1952 annual report. When this ever is decided, we can not find out. It would be nice if once again the Hague citizens would get a voice in the matter. Secondly, not only the number of prizes, but also the amount of the price increased. That these prices are every year may be issued after the death of Jacob Hartog on December 4, 1962 is the great merit of his son Harold Hartog, as a generous giver for Pulchri, followed in the footsteps of his memorable father, whose memory was Pulchri honored with a bronze plaque manufactured by Dirk Bus in the long corridor of the building of the society, and true to the tradition of the Hartogs, Harold Hartog was one of the first to put a solid foundation under for the restoration fund.

This is mentioned with great gratitude.

Anton Boersma †
Pulchri Journal 1, 1975